De energietransitie is wat mij betreft vooral een kwestie van omdenken.
We zijn jarenlang gewend geweest dat energie er altijd en overal is. Je draait de kraan open, zet de verwarming aan of steekt de stekker in het stopcontact en het werkt. Simpel.
Maar met zonne- en windenergie verandert dat. De zon schijnt vooral overdag, terwijl we juist ’s avonds veel stroom gebruiken. En soms waait het hard terwijl de vraag naar elektriciteit laag is. Op andere momenten is er nauwelijks wind en hebben we juist veel energie nodig.
We moeten dus niet alleen anders energie gaan opwekken, maar vooral ook anders leren omgaan met energie.
En dat begint volgens mij met inzicht. En eerlijk gezegd: ook met een beetje goede wil.
“Maar elektrisch laden duurt zo lang…”
Een mooi voorbeeld daarvan is elektrisch rijden.
Een van de meest gehoorde argumenten tegen een elektrische auto is:
“Ja, maar dat laden duurt zo lang. Ik ben met mijn benzineauto binnen vijf minuten klaar bij het tankstation.”
Daar zit natuurlijk een kern van waarheid in. Als je een elektrische auto helemaal leeg hebt gereden en vervolgens bij een snellader staat, duurt het inderdaad langer dan vijf minuten.
Maar hier komt mijn favoriete antwoord:
Het laden van mijn auto kost mij ongeveer acht seconden.
Ik zie de mensen dan meestal even kijken.
“Huh? Acht seconden?”
Ja. Acht seconden.
Ik kom thuis, zet de auto op de oprit, pak de laadstekker, klik hem in de auto en loop naar binnen.
Klaar.
Ik ga vervolgens gewoon mijn eigen dingen doen. Koffie drinken, eten, slapen, werken, televisie kijken… wat dan ook.
De auto laadt ondertussen vanzelf.
En daar zit volgens mij het omdenken.
We vergelijken het laden van een elektrische auto met het tanken van een benzineauto. Maar waarom eigenlijk?
Tanken moet je bewust plannen. Je rijdt naar een tankstation, stopt, tankt, betaalt en rijdt weer verder.
Laden doe je meestal terwijl je auto toch al stilstaat.
Mijn auto staat veel langer stil dan hij rijdt
Kijk eens naar je eigen auto.
Hoeveel uur per dag gebruik je hem daadwerkelijk?
Voor veel mensen misschien één of twee uur. De rest van de dag staat die auto ergens geparkeerd. Op de oprit, voor het huis, bij het werk of ergens anders.
Als je twee uur per dag met de auto onderweg bent, staat hij 22 uur stil.
En juist die 22 uur zijn interessant.
Waarom zou je die stilstand niet gebruiken om de auto op te laden?
Sterker nog: met zonnepanelen en een thuisbatterij wordt het nog interessanter. Dan kun je proberen de momenten waarop je auto laadt af te stemmen op het moment waarop je zelf veel elektriciteit opwekt.
Niet omdat het moet.
Maar omdat het slim is.
Natuurlijk, niet iedereen heeft een oprit
En voordat iemand zegt: “Ja, makkelijk praten. Ik heb helemaal geen eigen oprit of laadpaal.”
Dat klopt.
Niet iedereen kan thuis laden. Dan wordt het laden aan een openbare laadpaal in de straat. Of misschien kun je met de buren een oplossing bedenken en een laadpaal delen.
Het hoeft niet altijd precies te kunnen zoals we het vroeger deden.
Dat is volgens mij juist de kern van de energietransitie.
We moeten niet steeds kijken naar wat we kwijtraken, maar naar wat er mogelijk is.
Ik merk dat ik zelf steeds vaker probeer om zo te denken.
Niet: “Dat kan niet.”
Maar:
“Hoe kan het wél?”
En soms blijkt het antwoord verrassend simpel.
Mijn elektrische auto laden?
Acht seconden.
De rest van de tijd doet de auto het gewoon zelf.
En eerlijk gezegd vind ik dat een stuk makkelijker dan vijf minuten bij de benzinepomp staan.

